Rijksmuseum              WAAROM mijn bijdragen?                Museon

Negen jaar was ik en aan het spelen toen mijn vader als KNIL sergeant-majoor eind 1941 de oorlog in moest. Hij nam mij apart: "Je blijft bij moeder. Het wordt gevaarlijk. Als ze je wat willen doen, kun je met twee vingers, zo, tjak, in de ogen, of met je platte strakke hand vlak onder de kin tegen hun adamsappel, dan kunnen ze geen adem meer halen." 

"O."; ik ging weer spelen. Ik heb ít nooit nodig gehad. Als ik van ít erf af ging dan liep ik niet op straat maar ernaast. Mijn vader had mij ook een mes gegeven, heel scherp en puntig.

Mijn vader en mijn moeder komen allebei uit Friesland. Toch bleven mijn moeder en ik buiten de Japanse kampen. Toen de Japanners begonnen met interneren liep mijn moeder met twee stokken vanwege haar jarenlange rheuma. Ze zag er zo slecht uit dat de Japanse arts haar nog twee maanden te leven gaf. Zij had ook TBC gehad en daar waren de Japanners als de dood voor. Zij mocht het kamp niet in en als enig kind van 10, bleef ik bij haar.

Mijn vriendjes moesten allemaal het kamp in. Van mijn vader hoorden wij niets meer. In 1945 bleek dat hij al die jaren aan de Birmaspoorweg had gewerkt.Zo leefden wij van de verkoop van kleding en meubilair van 1943 tot 1945 op de Bajeman 67, hoek Tidarweg in Magelang.

Totdat wij in oktober 1945 tijdens de Bersiap, ter bescherming tegen de aanvallen van de IndonesiŽrs, naar het militair hospitaal vluchtten. Via Ambarawa en Semarang met de Lake Charles Victory naar Bangkok, (mijn moeder woog geen 35 kilo meer). Later, op mijn 14e verjaardag, 27-3-46, per Dakota naar Singapore en met de Oranje naar Nederland.

Mijn oorlog was als ik eraan terugdenk vrij ontspannen, lezen boven in een boom, een Japanse kers, Tarzanboeken, ik was Tarzan zelf.

Mijn vader had mij ook dat mes gegeven, heel scherp en puntig. Soms nam ik ít mee naar boven in die boom.In het heft wilde ik een naam kerven. Tarzan, Flash Gordon, Jan Pieterszoon Coen, Greate Pier. "Si kantjil" staat er nu nauwelijks leesbaar in het zwart hoornen heft. 

Het mes ligt nu al jaren in mijn gereedschapskist. Ik heb het nooit ergens voor gebruikt.

Mijn oorlog was vrij ontspannen ....? Totdat in 1987 oude angsten als een vulkaanuitbarsting van de Merapi naar buiten kwamen. Twee jaar contact met een psychiater, die als meisje van 3, 4 jaar in Ambarawa had gezeten, bracht mij weer wat rust.